-
1 hij werkte de weekenden door
hij werkte de weekenden doorVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hij werkte de weekenden door
-
2 weekend
weekend, weekeinde1 weekend♦voorbeelden:prettig weekend! • have a nice weekendhet weekend overblijven • stay (over) the weekendhet weekend weggaan • go away for the weekendin het weekend • Bat/ Aon the weekend -
3 doorwrocht
adj. elaborate, carefully planned, worked out in great detail -
4 bewerken
1 [werk verrichten aan] treat ⇒ work 〈 land, deeg〉, process 〈 grondstoffen, gegevens〉, tool 〈 steen〉, hammer 〈 ijzer〉, beat 〈 ijzer〉, 〈 redigeren〉 edit, 〈 herzien〉 rewrite, 〈 herzien〉 revise, 〈 omwerken〉 adapt2 [versieren] work, tool♦voorbeelden:1 een Frans boek voor het Nederlandse taalgebied bewerken • adapt a French book for the Dutch readerde grond bewerken • till the land/soilmuziek voor orkest bewerken • arrange music for orchestramachinaal bewerken • machinegeheel opnieuw bewerkt door • completely revised byiemand met een mes bewerken • set about someone with a knifebewerken tot een film • adapt for the screeneen prachtig bewerkte zilveren schaal • a handsomely wrought silver dish3 kamerleden bewerken • lobby M.P.'sde kiezers bewerken • canvass the votershij trachtte te bewerken dat zijn boek gepubliceerd werd • he tried to secure the publication of his book -
5 bewerkt hout
bewerkt hout -
6 de zaak is nu wel genoeg herkauwd
de zaak is nu wel genoeg herkauwdVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de zaak is nu wel genoeg herkauwd
-
7 die
1 [om iemand/iets aan te wijzen] that; 〈 meervoud〉 those; 〈 zonder zelfstandig naamwoord〉 that one; 〈 meervoud〉 those (ones)2 [als terugwijzing] that; 〈 meervoud〉 those; 〈 zonder zelfstandig naamwoord〉 that one; 〈 meervoud〉 those (ones)♦voorbeelden:1 heb je die nieuwe film van Godard al gezien? • have you seen this new film by Godard?die grote of die kleine? • the big one or the small one?die stem van hem • that voice of hisniet deze maar die (daar) • not this one, that onedat meisje met die groene jurk • that girl in the green dressdie en die • so and so, such and suchop die en die dag • on such and such a daydie griet is gek • she's a nutcasedie tijd is voorbij • those times are overken je die? • do you know him/her?wie? die met die lange haren • who? the one with the long hairdie van mij/jou/hem/haar/ons/jullie/hen • mine/yours/his/hers/ours/yours/theirsze draagt altijd van die korte rokjes • she always wears (those) short skirtsken je die van die Belg die … • do you know the one about the Belgian who …?dat zijn van die rare mensen • they're such odd peoplemet alle gevolgen van dien • with all that that entailsdie is goed • that's a good onehet is een rare vent, die Jan • he's a strange guy, Jan iso, die! • oh, him/her!waar is je auto? die staat in de garage • where's your car? it's in the garagewas Jan er ook? nee, die moest werken • was Jan there? no, he had to workdie zit! • bullseye!, touché!〈 informeel〉 die Jan toch • that Jan!1 the♦voorbeelden:hij heeft zijn werk gedaan met die nauwkeurigheid die je van hem mag verwachten • he has worked with the accuracy one has come to expect from him1 [antecedent nog niet geheel bekend] that ⇒ 〈 persoon ook〉 who, 〈 als voorwerp ook〉 whom, 〈 zaak ook〉 which, 〈 zonder onderwerp vaak ook onvertaald〉♦voorbeelden:de kleren die u besteld heeft • the clothes (that/which) you orderedde man die daar loopt, is mijn vader • the man (that's/who's) walking over there is my fatherde mensen die ik spreek, zijn heel vriendelijk • the people (who/that) I talk to are very nicedezelfde die ik heb • the same one (as) I've goter is hier iemand die u wil spreken • there's somebody here (who/that) wants to see youniemand die het weet • nobody knows2 zijn vrouw, die arts is, rijdt in een grote Volvo • his wife, who's a doctor, drives a big Volvo -
8 dik
dik1〈 het〉1 [bezinksel] grounds, dregs2 [dik gedeelte] thick♦voorbeelden:iemand door dik en dun volgen • support someone/stand by someone through thick and thin/fair and foul————————dik24 [opgezet, gezwollen] swollen♦voorbeelden:1 een dik boek • a thick/fat book10 cm dik • 10 cm thickde dikke darm • the large intestineze stonden tien rijen dik • they stood ten (rows) deepeen dikke streep/lijn • a thick/bold stroke/lineeen dikke trui • a thick jumperdik worden • thicken, set, congealdie jurk maakt dik • that dress makes you look fatdik worden • grow fatzij heeft aanleg om dik te worden • she puts on weight easilydik worden • swell (up)¶ dik doen • swank, swagger, boastzich dik maken (over iets) • get worked up (about something)II 〈 bijvoeglijk naamwoord, bijwoord〉♦voorbeelden:een dikke voldoende • a (very) high markdik tevreden (zijn) • (be) well-satisfieddik verdiend • well-earnedhij is dik in de zeventig • he is well into his seventiesdik onder het stof • thick with dustdat komt dik voor elkaar/mekaar • that'll work out finehet er dik bovenop leggen • lay it on thickhet ligt er dik bovenop • it is quite obviousdat zit er dik in • I wouldn't be surpriseddik in iets zitten • have plenty of somethingdikke vrienden zijn • be great/close friendseen dikke mist • thick fog -
9 doorwerken
doorwerken1 [voortgaan met werken] go/keep on working, continue to work, work on ⇒ work overtime 〈 na werktijd〉♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [ten einde toe bestuderen] work (one's way) through ⇒ get/go through♦voorbeelden: -
10 er werd dag en nacht doorgewerkt
er werd dag en nacht doorgewerktVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > er werd dag en nacht doorgewerkt
-
11 er werd hard gewerkt
er werd hard gewerktVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > er werd hard gewerkt
-
12 er
1 her♦voorbeelden:————————er21 of them♦voorbeelden:1 ik heb er nog/nóg twee • I have got two left/moreik heb er geen (meer) • I haven't got any (left)hij kocht er acht • he bought eight (of them)er zijn er die … • there are those who …————————er3〈 bijwoord〉1 [daar] there3 [+ bijwoord] 〈zie voorbeelden 3 en 5.3〉♦voorbeelden:1 ik zal er even aanlopen • I'll just call in/look in/drop indat boek is er niet • that book isn't therewie waren er? • who was/were there?we zijn er • 〈 op de bestemde plaats〉 here we are, we've arrived; 〈 succes hebben〉 we have made/done itheeft er iemand gebeld? • did anybody call?wat is er? • what is it?, what's the matter?is er iets? • is anything wrong/the matter?er is besloten, dat … • it has been decided that …er is geen ontsnappen aan • there's no way of escapinger is/zijn … • there is/are …er was niemand te vinden • nobody could be founder wordt hier een museum gebouwd • there's a museum being built hereer wordt gezegd dat … • it is said that …er was eens een koning • once upon a time there was a king3 het er goed/slecht afbrengen • make a good/bad job of iter slecht/goed afkomen • get off badly/wellik zit er niet mee • it doesn't worry me -
13 exploiteerbaar
1 exploitable ⇒ capable of being developed/worked -
14 gegeven
gegeven1〈 het〉1 [geval, feit] data 〈 enkelvoud of meervoud〉; datum ⇒ fact, information, 〈 computer〉 data, 〈 computer〉 entry, 〈 computer〉 item3 [wiskunde] given♦voorbeelden:1 (gebrek aan) feitelijke gegevens • (lack of) factual information/factsnadere gegevens • further information〈 computer〉 gegevens opslaan/invoeren/opvragen • store/input/retrieve data————————gegeven22 [zich voordoend] given3 [wiskunde] given♦voorbeelden:op een gegeven moment begin je je af te vragen … • there comes a time when you begin to wonder …op een gegeven moment kan het je niets meer schelen • you reach a stage where you no longer care2 in de gegeven omstandigheden • in/under the circumstances¶ zich aan zijn gegeven woord houden • keep/stick to one's word -
15 herkauwen
-
16 het gegeven was onvoldoende uitgewerkt
het gegeven was onvoldoende uitgewerktVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > het gegeven was onvoldoende uitgewerkt
-
17 het is anders gelopen
het is anders gelopenit worked out/turned out otherwiseVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > het is anders gelopen
-
18 hij heeft tien uur zonder ophouden gewerkt
hij heeft tien uur zonder ophouden gewerktVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hij heeft tien uur zonder ophouden gewerkt
-
19 hij heeft zich van onderaf opgewerkt
hij heeft zich van onderaf opgewerktVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hij heeft zich van onderaf opgewerkt
-
20 hij heeft zijn werk gedaan met die nauwkeurigheid die je van hem mag verwachten
hij heeft zijn werk gedaan met die nauwkeurigheid die je van hem mag verwachtenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hij heeft zijn werk gedaan met die nauwkeurigheid die je van hem mag verwachten
См. также в других словарях:
worked up — adj [not before noun] informal very upset or excited about something worked up about/over ▪ You shouldn t get so worked up about it. →work up at ↑work1 … Dictionary of contemporary English
worked\ up — • worked up • wrought up adj literary Feeling strongly; excited; angry; worried. Mary was all worked up about the exam. John got worked up when they blamed him for losing the game. Compare: on edge … Словарь американских идиом
worked up — [ ,wɜrkt ʌp ] adjective upset, angry, or excited: There s no point in getting so worked up about a soccer game … Usage of the words and phrases in modern English
worked on — worked concerning , was occupied with , worked extensively … English contemporary dictionary
worked up — index frenetic Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
worked-up — worked′ up′ adj. wrought up • Etymology: 1900–05 … From formal English to slang
worked — Sorted mail ready for dispatch … Glossary of postal terms
worked up — adjective (of persons) excessively affected by emotion he would become emotional over nothing at all she was worked up about all the noise • Syn: ↑aroused, ↑emotional, ↑excited • Similar to: ↑agitated … Useful english dictionary
worked up — adj. (colloq.) worked up about, over (he got himself all worked up over a trifle) * * * over (he got himself all worked up over a trifle) (colloq.) worked up about … Combinatory dictionary
worked — /werrkt/, adj. that has undergone working. [1700 10; WORK + ED2] Syn. WORKED, WROUGHT both apply to something on which effort has been applied. WORKED implies expended effort of almost any kind: a worked silver mine. WROUGHT implies fashioning,… … Universalium
worked — [[t]wɜrkt[/t]] adj. having undergone working • Etymology: 1700–10 syn: worked, wrought both apply to something on which effort has been applied. worked implies expended effort of almost any kind: a worked silver mine. wrought implies fashioning,… … From formal English to slang